Museumcijfers 2025

Soort publicatie:
Rapport Website

Onderzoeksthema’s:
Kunst & cultuur

Auteurs:
Joran Veldkamp, Monté El Mahjoubi, Nancy Blaker, m.m.v. Nadine van den Berg (Atlas Research), Eric Verhoog (ABF Research), Aylin Beijersbergen (Museumvereniging)

Publicatiedatum:
oktober 2026

De Museumvereniging en het Centraal Bureau voor de Statistiek doen ieder jaar een uitvraag onder musea over het afgelopen jaar. De data wordt verzameld via het Museum Analyse Systeem (Museana) en geeft inzicht in de toekomstbestendigheid van de sector. Net zoals voor de jaren 2022, 2023 en 2024 analyseerde Atlas Research de Museumcijfers in opdracht van de Museumvereniging, nu voor het jaar 2025. Naast de landelijke cijfers (hieronder) bevat het rapport uitsplitsingen naar type museum, grootteklasse (op basis van omzet) en regio. Zie tevens de interactieve webpublicatie van de Museumvereniging.

Resultaten Museumcijfers 2025

  • In 2025 zijn 492 musea aangesloten bij de Museumvereniging. Het merendeel ziet zichzelf in de eerste plaats als geschiedenismuseum (62%), gevolgd door kunstmuseum (24%). De kleinste groep vormen de 7 volkenkundige musea (1%).
  • De aangesloten musea trokken in 2025 samen 31,6 miljoen bezoeken, 2,5% meer dan in 2024. Daarvan kwamen 23,1 miljoen bezoeken uit het binnenland (73%) en 8,5 miljoen uit het buitenland (27%); beide namen toe ten opzichte van 2024.
  • De Museumkaart bereikte eind 2025 met 1,54 miljoen kaarthouders het hoogste niveau ooit. Met de kaart werden 9,7 miljoen bezoeken afgelegd (31% van het totaal), bijna 5% meer dan in topjaar 2019.
  • Musea investeren verder in hun maatschappelijke rol: 71% van de collecties is inmiddels online toegankelijk voor publiek en onderzoek, ongeveer 90% van de musea heeft een educatief aanbod en meer dan twee derde heeft duurzaamheid expliciet in het beleid opgenomen.
  • Meer dan de helft (56%) van de musea huurt het hoofdgebouw en bij 13% is het gebouw beschikbaar gesteld door een externe partij. Het merendeel van de musea is dus zelf geen eigenaar van het pand. Ongeveer een kwart deelt het gebouw met een of meer andere organisaties. Bij 77% van de musea is het hoofdgebouw toegankelijk voor mensen met een motorische beperking.
  • Bij de musea zijn zo’n 45 duizend mensen werkzaam, van wie twee derde (67%) als vrijwilliger of stagiair. Ruim een vijfde van de musea (21,5%) is primair afhankelijk van vrijwilligers en stagiairs: deze musea hebben maximaal 0,5 fte aan betaald personeel.
  • De totale omzet steeg met 5,6% naar 1,38 miljard euro, voor 49% bestaand uit eigen inkomsten en voor 51% uit (overheids)subsidies. Daar staan 1,41 miljard euro aan kosten tegenover, waardoor het gezamenlijke bedrijfsresultaat licht negatief uitkomt (-28,9 miljoen euro).

Themahoofdstuk: museumspecifieke inflatie
Het themahoofdstuk gaat dit jaar over de museumspecifieke inflatie. De kosten van musea zijn sinds 2015 met 37% gestegen — vooral door loonkosten (+41%) en kosten voor huisvesting, energie en water (+39%) — terwijl de overheidssubsidies voor de vaste groep leden met (slechts) 26% toenamen. Musea komen daarmee 53 miljoen euro tekort om hun koopkracht van 2015 te behouden.

U kunt de publicatie hier downloaden

Download publicatie

Ik wil graag op de hoogte gehouden worden van recente onderzoeken van Atlas Research