Leefbaarometer 2024: Trendbreuk in de ontwikkeling?

Soort publicatie:
Rapport

Onderzoeksthema’s:
Woonklimaat & aantrekkingskracht

Auteurs:
Marten Middeldorp, Kees Leidelmeijer (In.Fact.Research), Francine Burema, Aron Joosse, Koen Schleijpen

Publicatiedatum:
februari 2026

Belangrijkste bevindingen 2022-2024

De gemiddelde leefbaarheid in Nederland is ‘goed’ op de schaal van de Leefbaarometer en komt ongeveer op eenzelfde niveau uit als bij de vorige meting in 2022. Hoewel de leefbaarheid in Nederland gemiddeld ‘goed’ is, wonen er anno 2024 ongeveer 2 miljoen Nederlanders (963.000 huishoudens) in gebieden waar de leefbaarheid van de directe woonomgeving ‘zwak’ of lager is. Dat zijn 43.000 huishoudens meer dan in 2022. Het is voor het eerst sinds de metingen zijn begonnen in 2002 dat dit aantal is toegenomen.

Een trendbreuk?

Er is een mogelijke trendbreuk in de ontwikkeling van de leefbaarheid. Sinds het begin van de metingen is een voortdurende verbetering van de leefbaarheid te zien geweest. Recent zijn er echter aanwijzingen voor minder gunstige ontwikkelingen. De gemiddelde (zeer lichte) daling van de leefbaarheid kan vooral worden toegeschreven aan een daling van de leefbaarheid in de zeer sterk stedelijke gemeenten, waartoe de G4 en een groot deel van de G40 behoren. Daarbinnen zijn de verschillen echter groot. De daling komt vooral voor rekening van een verdere verslechtering van de dimensie woningvoorraad en van de dimensie overlast en onveiligheid.

Structureel onder druk

Ongeveer een miljoen mensen (495.000 huishoudens) wonen in een gebied waar de leef- baarheid structureel onder druk staat. Gebieden worden gekwalificeerd als ‘structureel onder druk’ als – bezien vanuit landelijk perspectief – de aard en omvang van leefbaarheids­problematiek structureel (dus langjarig) en omvangrijk is. Het gaat in 2024 om 431 buurten in 46 gemeenten. De hoeveelheid woningen in gebieden die structureel onder druk staan, is ten opzichte van 2022 afgenomen met circa 32.000. In de gebieden waar de leefbaarheid structureel onder druk staat, is ruim 80% van alle woningen in Nederland te vinden waar de leefbaarheid ‘onvoldoende’ of lager is. De gebieden met een ‘zwakke’ leefbaarheid komen ook buiten deze gebieden veel voor.

Stijgers en dalers

Binnen de gebieden met een score ‘zwak’ of ‘onvoldoende’ zijn er gebieden die erop vooruit gaan (stijgers) en gebieden die erop achteruit gaan (dalers). De verhouding tussen stijgers en dalers is de laatste metingen ongunstiger geworden. Tussen 2018 en 2020 waren er nog meer stijgers dan dalers. Daarna is dit omgekeerd. Het aantal dalers is na 2020 sterk toegenomen en het aantal stijgers neemt steeds verder af. Er staan ongeveer 42.000 woningen in gebieden waar in de afgelopen twee jaar de leefbaarheid is verbeterd van ‘onvoldoende’ naar ‘zwak’ of ‘voldoende’. Voor ongeveer 122.000 woningen in een gebied met een ‘zwakke’ of ‘onvoldoende’ leefbaarheid ging de leefbaarheid verder achteruit.

Verdiepende thema’s

In dit analyserapport is een drietal verdiepende thema’s uitgelicht in relatie tot leefbaarheid, namelijk Fysieke leefomgeving, Onderwijs, en Overlast en onveiligheid.

Leefbaarheid en de fysieke leefomgeving

De fysieke leefomgeving bestaat uit een groot aantal uiteenlopende aspecten. Voor geluid, verkeer (parkeerdruk, verkeersveiligheid, luchtkwaliteit), hittestress en groen is verkend wat verschillen zijn tussen gebieden met een gunstige en ongunstige leefbaarheid. Geluidsoverlast en verkeer (parkeerdruk, verkeersveiligheid, luchtkwaliteit), hittestress en weinig groen drukken ook op de leefbaarheid. In alle gevallen oordelen bewoners over deze aspecten het ongunstigst in gebieden met een ‘zwakke’ of ‘onvoldoende’ leefbaarheid.

Leefbaarheid en onderwijs

Er is een samenhang tussen leefbaarheid enerzijds en onderwijsuitkomsten en -aspecten anderzijds. Dit geldt zowel voor de leefbaarheid in de buurt waar leerlingen wonen alsook voor de leefbaarheid van de buurten van schoolvestigingen. Dat in buurten met een ongunstiger leefbaarheid onderwijsaspecten en -uitkomsten ongunstiger zijn betekent niet dat die gebieden hier de oorzaak van zijn.

Leefbaarheid en overlast & onveiligheid

Tussen 2014 en 2024 is de bijdrage van de dimensie Overlast en onveiligheid aan de leefbaarheid in Nederland gemiddeld positiever geworden. Deze verbetering is het sterkst zichtbaar in de periode van 2014 tot 2018. Daarna stagneert deze ontwikkeling en wordt in sommige gebieden de bijdrage van Overlast en onveiligheid zelfs weer negatiever. De buurten waar overlast en onveiligheid het meest voorkomt bevinden zich uitsluitend in stedelijke gebieden en vooral in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag.

Te citeren als:

Middeldorp M., Leidelmeijer K., Burema F., Joosse A., & Schleijpen, K. (2026). Leefbaarometer 2024: Trendbreuk in de ontwikkeling? Amsterdam: Atlas Research.

U kunt de publicatie hier downloaden

Download publicatie

Ik wil graag op de hoogte gehouden worden van recente onderzoeken van Atlas Research